Geluk – Ex – Loslaten

Geluk bij een ongeluk. Klaartje is nog geen twee weken bij haar partner weg, staat ineens haar vorige ex voor haar deur. Hij was haar ware liefde en ze heeft hem nooit echt kunnen loslaten.

Hij is een jaar lang uit beeld geweest, maar nooit uit haar gedachten. En de relatie die ze zojuist beëindigd heeft, was eigenlijk een uit de hand gelopen rebound. Ze vraag Wim binnen voor een glaasje wijn en ze keuvelen gezellig over hoe ze het samen hadden en wat ze het afgelopen jaar beleefd hebben. Ze vraagt hem de oren van het hoofd en ze voelt zich weer een schoolmeisje als ze zich realiseert hoe ze grinnikt om al zijn grapjes.

Dan bedenkt ze zich ineens dat ze hem nog helemaal niet heeft gevraagd naar de reden van zijn komst. Was hij soms toevallig in de buurt, of is er iets anders? “Wim, waarom ben je eigenlijk hier?”, vraagt ze opeens heel direct. “Was je toevallig in de buurt?”

Hij neemt een slokje van zijn wijn. “Klaartje, ik heb de afgelopen weken veel aan je gedacht. En ik wist eigenlijk niet meer waarom we uit elkaar zijn gegaan.

Maar nu weet ik het weer… “

Geluk – Paddenstoel – Ballon

Speciaal vanwege de herfstvakantie een toepasselijke, ‘gouwe ouwe’ 5minuutjes.

Dit verhaal – en 98 andere allerleukste 5minuutjes – zijn nu te koop als verhalenbundel:

De 99 Leukste 5minuutjes”. Nu al te bestellen voor slechts € 8,95 via deze link. Leuk om iemand cadeau te doen met de feestdagen!

 

Geluk is wat Ineke zoekt, al wandelend in het donkere oktoberbos. In de herfst is het er prachtig. De bladeren zijn geel met rood gekleurd, de grond is vochtig. Ze komt tot rust. Waarom doet ze dit eigenlijk niet vaker? In haar gedachten verzonken trapt ze pardoes op een paddenstoel. “Krak”, zegt die met een diepe zucht.

Ze stopt even en kijkt wat opgelaten naar het door haar vernielde stukje natuur. Dan hoort ze een zacht geluidje vanachter de takken van de berk naast haar. Ze loopt er nog wat dichter naartoe en ziet een half leeggelopen ballon aan een touwtje bungelen. Ze wil het pakken, maar dan ziet ze erachter een klein, verschrikt gezichtje.

Haar ogen worden zo groot als theeschoteltjes. “Wat krijgen we nou”, fluistert ze. “Een… een kaboutertje?” Het kleine wezentje kijkt haar nog steeds wat benepen aan, maar merkt dat hij niet bang hoeft te zijn.

“Hallo”, zegt hij opeens. “Wat doe jij hier in het bos?” “Ik…. Ik zoek geluk”, stamelt Ineke. “Dan ben je precies goed”, zegt het kereltje. “Mijn naam is Geluk. Je hebt me gevonden. Maar je herkende me niet he?”. “En wat wil je nu? Nu ik voor je neus sta?”

“Ik… ik weet het even niet”, fluistert Ineke. Ze knippert met haar ogen, kijkt even opzij en dan… dan is Geluk weg…

Rat – Zon – Geluk

Geluk bij een ongeluk voor de ten onrechte veroordeelde Robin. De zon schijnt door de tralies van zijn middeleeuwse cel en hij hoort vogeltjes fluiten. De temperatuur is aangenaam en hij wordt redelijk verzorgd. Het kon slechter. Een meter verderop schuifelt een kleine grijze rat door de verlichte ruimte.

“Zo, jij ook hier?”, zegt Robin. “En wat heb jij gedaan om zo te eindigen?” De rat stopt even met snuffelen, staat dan op zijn achterpootjes en kijkt hem aan. Minutenlang. Bij Robin slaat de vertwijfeling toe. Gebeurt dit echt of is het hem toch te veel geworden in deze cel? Dan besluit hij het gesprek voort te zetten. “Ik ben blij dat je er bent”, vervolgt hij. “Dan voel ik me niet zo alleen”. Gespannen wacht hij af wat het diertje gaat doen.

Het ratje houdt zijn kop een beetje scheef en kruipt dan een stukje verder. Dan staat hij weer op zijn achterpootje en kijkt Robin uitnodigend aan alsof het wil zeggen “volg mij”. Robin zet een stap… en weer een stap. Het ratje loopt verder en zo belandt het diertje bij een kier in de muur. Op de grond ligt wat gruis. “De muur is hier zo broos als wat”, mompelt Robin.

 

(wordt vervolgd)

Geluk – Werk – Geld

“Werk ze”,  zegt Linda tegen haar zoon, die vandaag voor het eerst naar zijn werk gaat. Eindelijk is het dan zover. Jannes gaat zijn eigen geld verdienen. Vol trots zwaait ze hem uit, terwijl hij richting de bushalte loopt. Wie had dat gedacht?, mijmert ze bij zichzelf.

Want op school was Jannes niet echt een licht. Hij haalde magere cijfers en veel vrienden had hij eigenlijk ook niet. Dus van zijn netwerk moest hij het niet hebben. Nee, liever ging hij na schooltijd op zijn kamer of in de schuur spelen. Hij knutselde dan van alles in elkaar. Wat hij ook maar te pakken kreeg, hij maakte er wel iets van. Soms iets bruikbaars, soms iets volstrekt nutteloos.

Hij haalde uiteindelijk wel zijn diploma, maar solliciteren werd lastig. Hij had geen werkervaring en ook geen sterke knuisten  voor in de bouw of voor ander fysiek werk. Maar zelf was hij altijd vol optimisme. “Komt goed ma en pa”, zei hij dan. “Ik knutsel me wel door het leven.”

En toen zag hij die vacature voor de baan waar hij nu naar op weg is. Het kon niet missen. Gezocht: Medewerker recycling GAD…

Lach – Verbazing – Geluk

“Geluk ermee”, zegt de verkoopster met een lach tegen Henri. Hij glimlacht wat schamper terug naar haar. “Dank je”, zegt hij. “Dat zal wel lukken”. Tot zijn eigen verbazing heeft hij zojuist een elektrische fiets gekocht van haar gekocht. Hij wilde eigenlijk een gewone fiets kopen, maar liet zich overtuigen gebruik te maken van de speciale aanbieding die ze die week heeft. Hij is er blij mee, maar voelt aan de andere kant zich ineens een 50-plusser. En dat is hij nog lang niet.

Toch begint hij opgelaten en opgetogen te trappen, waarbij hij even later het hulpmotortje aanzet. Hij schiet vooruit. Hij begint er echt schik in te krijgen en zijn gemoed klaart nog meer op. Hij rijdt de straat in waar het kantoor gevestigd is. Zijn aantrekkelijke collega Daphne staat net buiten in het zonnetje haar koffie te drinken als hij langsrijdt en stopt.

Ze is alweer een poosje vrijgezel en Henri is heimelijk verliefd op haar. “Hoi Henri”, zegt ze. “Alles goed? Luister, ik kwam tot de ontdekking dat wij eigenlijk vlak bij elkaar wonen. Zullen we voortaan samen heen en terug fietsen?”. Dan pas merkt ze zijn nieuwe fiets op. “Oh, laat maar. Ik zie dat je een elektrische fiets hebt, zo hou ik je natuurlijk nooit bij…”

 

(wordt vervolgd…)

Hart – Geluk – Warm

Warm krijgt Bert het ervan. Zijn hart klopt in zijn keel. Hij kijkt schichtig om zich heen. Te laat. Pets. En nog een pets. Zijn oren gloeien. Zijn wang doet pijn van de kou. Koude druppels lopen langs zijn rug omlaag. Hij kan zijn geluk niet op.

Voltreffer. Ditmaal van zijn kant. De jochies en meisjes joelen. En hij? Hij ook. Hoe lang is het geleden dat hij zich helemaal kon laten gaan in een ouderwets sneeuwballengevecht? Want grote mensen moeten nu eenmaal altijd een beetje in de pas lopen. Maar nu even niet!

Het begon met een onschuldig balletje dat hij richting een ventje gooide. Hij dacht dat die alleen was en misschien wel mee wilde spelen met zijn zoontjes. Maar het ventje was niet alleen en al snel zeiden zijn vriendjes: ‘Kom op, met z’n allen tegen die meneer!’ Er was geen houden meer aan.

En zijn eigen zoontjes? Die hadden lol voor tien en kozen meteen de kant van de andere kinderen! ‘Schurken’, riep hij ze quasi boos toe. Maar na tien minuten gooien was hij bekaf. ‘Jongens, ik geef me gewonnen. Jullie ouders kijken vanuit dat cafeetje hoe ik ingepeperd word, terwijl zij een lekker biertje drinken. Ik heb dorst, ik ga er ook maar eens heen’. ‘Maar dat is saai meneer’, riepen de kinderen. ‘Waarom gaat u niet met ons mee sleeën, verderop is een mooi bergje. Met u kunnen we tenminste lachen. Onze ouders zijn saai’.

Bert kijkt even naar het café en ziet de beslagen ruiten. Het ziet er eigenlijk helemaal niet zo aantrekkelijk uit daar. ‘Jullie hebben gelijk jongens. Waar is die berg?…’

Geluk – Bedrog – Geheim

Het geluk lacht Miles toe. Zonder dat zijn vrouw het wist, kocht hij in het geheim voor het eerst van zijn leven een kraslot en won de hoofdprijs. Altijd zag hij de loten aan voor list en bedrog, maar nu kan hij er niet omheen: je kunt echt winnen!

Onwennig staart hij met trillende vingers naar het kartonnen lot. 5minuutjes geleden zou hij het zo bij het oud papier gedaan hebben. Zat er geen waarde aan. Wanneer hij nu met ditzelfde papiertje een autoshowroom binnen loopt, zou hij even later met een nieuwe Volvo naar buiten kunnen rijden.

Het fascineert hem. Wie maken nu eigenlijk die afspraken? Het vodje zal in de binnenlanden van Suriname helemaal niets waard zijn. Een glimlach trekt nu van oor tot oor… we zitten niet in de bush!

Zijn vrouw komt binnen en ziet het kaartje op de tafel liggen. “Ik dacht dat jij niet in die onzin geloofde”, zegt ze bits. “Ik geloofde ook niet in Sinterklaas”, antwoordt Miles. “Maar vanavond zet ik mooi mijn schoen!…”